Utilisatie bij hypnose: waarom weerstand soms juist je ingang is
Je hebt vast weleens geprobeerd iemand te overtuigen om iets anders te doen.
"Je moet gewoon ontspannen."
"Probeer er niet zo veel over na te denken."
"Laat het maar los."
Op papier klinkt dat logisch. Maar in de praktijk werkt het vaak niet.
Want wat gebeurt er als iemand juist niet kan ontspannen?
Of als iemand zegt:
"Ik wil wel veranderen, maar een deel van mij houdt me tegen."
Dan kun je proberen die weerstand weg te krijgen. Maar bij Ericksoniaanse hypnose kun je ook iets anders doen.
Je kunt de weerstand gebruiken.
Dat noemen we utilisatie.
Wat is utilisatie bij hypnose?
Utilisatie betekent letterlijk zoiets als: gebruiken wat er al is.
In hypnotherapie gaat het om het gebruiken van alles wat de cliënt op dat moment meebrengt. Dat kunnen gedachten zijn, gevoelens, lichamelijke sensaties, gewoontes, herinneringen, maar ook weerstand of afleiding.
Het idee komt sterk terug in het werk van de Amerikaanse psychiater en hypnotherapeut Milton H. Erickson.
Een recente wetenschappelijke bespreking van Ericksons werk noemt het benutten van eigenschappen en ervaringen van de cliënt zelfs als een van zijn belangrijkste bijdragen aan hypnose en psychotherapie.
Het uitgangspunt is eenvoudig:
Je hoeft niet eerst weg te krijgen wat iemand tegenhoudt. Je kunt onderzoeken hoe je het juist kunt gebruiken.
Een simpel voorbeeld: "Ik kan niet ontspannen"
Stel dat een cliënt tegenover je zit en zegt:
"Ik kan echt niet ontspannen. Ik ben daar veel te druk voor in mijn hoofd."
Je zou kunnen zeggen: "Probeer je gedachten maar los te laten."
Maar daarmee geef je de cliënt eigenlijk een opdracht waar hij waarschijnlijk al moeite mee heeft.
Bij utilisatie kun je een andere richting kiezen:
"Dat hoeft ook niet. Je hoeft je gedachten helemaal niet stil te krijgen. Je kunt ze gewoon laten komen en gaan. En misschien merk je vanzelf dat je ondertussen ook andere dingen begint op te merken."
De druk om te ontspannen verdwijnt.
En juist daardoor kan ontspanning ontstaan.
De gedachte "ik kan niet ontspannen" is dan geen probleem meer dat eerst opgelost moet worden.
Het is het vertrekpunt geworden.
Weerstand wordt informatie
Dit is misschien wel het belangrijkste onderdeel van utilisatie.
Als iemand weerstand heeft, betekent dat niet automatisch dat de therapie niet werkt.
De weerstand vertelt je iets.
Misschien wil iemand wel veranderen, maar is een ander deel bang voor de gevolgen.
Misschien heeft iemand jarenlang controle gehouden en voelt "loslaten" daardoor onveilig.
Of misschien heeft iemand al zo vaak geprobeerd te veranderen dat hij niet meer gelooft dat het kan.
In plaats van daar tegenin te gaan, kun je nieuwsgierig worden.
Bijvoorbeeld: "Interessant dat een deel van jou zo sterk vasthoudt aan controle. Misschien hoeven we dat deel vandaag ook helemaal niet te veranderen."
Dat klinkt misschien vreemd.
Maar juist dat kan ruimte geven.
Ook afleiding kun je gebruiken
Stel dat je iemand in trance begeleidt en er rijdt buiten een vrachtwagen voorbij.
De cliënt opent zijn ogen en zegt:
"Sorry, ik word steeds afgeleid door het geluid buiten."
Je kunt zeggen: "Dat geeft niet. Je hoeft het geluid niet tegen te houden. Misschien kan ieder geluid van buiten je juist helpen herinneren dat je hier zit. En terwijl je dat geluid hoort, kun je merken dat je lichaam hier gewoon blijft."
De vrachtwagen was eerst een probleem.
Nu is het een onderdeel van de oefening geworden.
Dat is utilisatie.
Je hoeft dus niet tegen de cliënt te vechten
Dat is een belangrijk verschil tussen een meer directieve aanpak en de manier waarop Erickson vaak werkte.
Bij een directe aanpak kun je bijvoorbeeld zeggen:
"Ontspan."
Bij utilisatie kijk je eerst naar wat er werkelijk gebeurt.
De cliënt spant zijn spieren aan?
Dan kan dat het begin van de oefening worden.
De cliënt praat veel?
Dan kun je zijn eigen woorden gebruiken.
De cliënt wil alles begrijpen?
Dan kun je juist zijn behoefte aan begrijpen gebruiken om zijn aandacht te richten.
De cliënt is sceptisch?
Dan hoef je hem niet eerst te overtuigen dat hypnose werkt.
Je kunt zijn twijfel onderdeel maken van het proces.
Utilisatie is meer dan een trucje
Het is verleidelijk om utilisatie te zien als een verzameling slimme zinnen.
Dat is het niet.
De kern zit niet in de woorden.
De kern zit in hoe je kijkt naar wat er gebeurt.
Een therapeut die vanuit utilisatie werkt, probeert niet voortdurend de cliënt in een vooraf bedacht proces te krijgen.
Hij kijkt en luistert.
Wat zegt de cliënt?
Hoe beweegt hij?
Waar gaat zijn aandacht naartoe?
Wat probeert hij te controleren?
Waar ontstaat spanning?
Wat vindt hij belangrijk?
Wat gebeurt er op dit moment?
Daarna sluit je daarop aan.
Een recent artikel over zogenoemde Ericksonian therapy beschrijft utilisatie daarom als een van de kernvaardigheden naast onder andere maatwerk, strategische interventies en ervaringsgerichte methoden.
Van probleem naar ingang
Je kunt utilisatie zien als een verandering van perspectief.
| Wat eerst een probleem lijkt | Kan een ingang worden |
|---|---|
| "Ik kan niet ontspannen." | Spanning gebruiken als ingang |
| "Ik denk veel te veel." | Gedachten gebruiken om aandacht te richten |
| "Ik ben heel controlerend." | Controle gebruiken om bewust te kiezen |
| "Ik word steeds afgeleid." | Afleiding gebruiken als anker |
| "Ik geloof niet dat hypnose werkt." | Scepsis gebruiken als nieuwsgierigheid |
| "Ik wil alles begrijpen." | Nieuwsgierigheid gebruiken als ingang |
| "Ik voel spanning in mijn lichaam." | Die sensatie onderzoeken |
Het probleem hoeft dus niet eerst te verdwijnen.
Het kan onderdeel worden van de oplossing.
Een cliënt die controle wil houden
Stel dat iemand zegt:
"Ik wil absoluut niet de controle verliezen tijdens hypnose."
Een therapeut kan daarop reageren met:
"Dat hoeft ook niet."
Dat is belangrijk.
Hypnose betekent namelijk niet dat je de controle volledig uit handen geeft. Mensen kunnen tijdens hypnose doorgaans blijven reageren, denken en ervaren wat er gebeurt. Onderzoek naar hypnose laat bovendien zien dat verwachting, motivatie en de therapeutische relatie een belangrijke rol spelen in de hypnotische respons.
Je kunt vervolgens verder gaan:
"Je mag dus gewoon blijven controleren. En misschien wordt het juist interessant om te merken wat er gebeurt wanneer je zelf ontdekt hoeveel controle je eigenlijk nodig hebt... en hoeveel je even niet hoeft te gebruiken."
De controle wordt niet afgepakt.
De controle wordt gebruikt.
Utilisatie en metaforen
Utilisatie kan ook mooi samengaan met metaforen.
Stel dat iemand zegt:
"Het voelt alsof ik steeds tegen een muur aanloop."
Dan hoef je niet meteen uit te leggen dat die muur "eigenlijk" iets anders betekent.
Je kunt de metafoor gebruiken:
"Misschien hoef je die muur niet omver te duwen. Misschien kun je eerst eens onderzoeken hoe die muur eruitziet. Hoe dik hij is. Waar hij staat. En misschien zit er ergens wel een deur die je eerder niet had gezien."
De metafoor komt van de cliënt zelf.
Daardoor sluit de interventie aan bij zijn eigen manier van ervaren.
Onderzoek naar het werk van Erickson beschrijft juist deze relatie tussen metaforen en utilisatie als een belangrijk onderdeel van zijn manier van werken.
Maar werkt utilisatie wetenschappelijk bewezen?
Hier moeten we eerlijk zijn.
Er is veel geschreven over de Ericksoniaanse aanpak en utilisatie. Maar dat betekent niet dat iedere specifieke Ericksoniaanse techniek afzonderlijk sterk wetenschappelijk is bewezen.
De wetenschappelijke onderbouwing van klinische hypnose als geheel is breder dan de onderbouwing van specifiek de utilisatietechniek.
Een overzicht van de American Psychological Association beschrijft bijvoorbeeld dat verschillende Ericksoniaanse technieken aansluiten bij principes uit de cognitieve en gedragspsychologie, maar dat Ericksoniaanse hypnotherapie als geheel nog beperkt is onderzocht in gecontroleerde onderzoeken.
Dat onderscheid is belangrijk.
We kunnen dus wel zeggen dat utilisatie een belangrijk onderdeel is van de Ericksoniaanse manier van werken.
We moeten niet zeggen dat wetenschappelijk is bewezen dat utilisatie op zichzelf een bepaalde klacht geneest.
Waarom ik utilisatie zo interessant vind
Voor mij zit de kracht van utilisatie in iets heel eenvoudigs.
Je hoeft iemand niet eerst te veranderen voordat je met hem kunt werken.
De persoon die tegenover je zit, is al het materiaal dat je nodig hebt om te beginnen.
Zijn woorden.
Zijn ademhaling.
Zijn houding.
Zijn spanning.
Zijn gedachten.
Zijn twijfel.
Zijn behoefte aan controle.
Zelfs zijn weerstand.
Alles kan informatie geven.
En soms is dat precies waar verandering begint.
Niet bij:
"Hoe krijg ik dit probleem weg?"
Maar bij:
"Hoe kan ik gebruiken wat er nu al is?"
Dat is de kern van utilisatie.
En misschien is dat wel een van de mooiste ideeën uit het werk van Milton Erickson:
Ga niet altijd in tegen wat er gebeurt. Kijk eerst of je het kunt gebruiken.
Wil je weten waar ik opgeleid ben tot hypnotherapeut? Klik hier